Al een tijd lang moeten we het zonder toekomst doen. Voorzichtig kijk je terug naar de laatste periode waarin er zoiets was. Lara Schrijver geeft in haar boek 'Radical games, Popping the bubble of 1960s' Architecture' (uitg. NAi) een overzicht van het droomtijdperk bij uitstek, de periode 1957-1972.
Wat maakt toch dat het Nieuw Babylon van Constant Nieuwenhuis steeds weer wordt uitgepakt en tentoongesteld?
De aantrekkelijkheid van de maquettes moet wel schuilen in het idee van zwevende gebouwen.
Zo zijn de wetten van de toekomstdroom: vliegen moet.
Een grote vloer, een plein. De Italianen zeggen 'naar het plein gaan' dat is wat je doet als de club gewonnen heeft of er is een politieke mafiamoord gepleegd
En boven die vloer hangt, als het battleship Galaktika, en gebouw. Het zou me niet verbazen als de makers van Star Wars New Babylon kenden.
Verschillende niveaus van leven, je zag ze al in Fritz Langs Metropolis. En inmiddels heten de verdiepingen van vroeger ook niveaus.
Maar toch, in 1957-1972 kon gefantaseerd worden - door de jonge Engelsen van Archigram bijvoorbeeld - over hoe technologie architectuur werd. Over een opblaasbaar kostuum dat tegelijk je huis was. Of wandelende steden die zich begaven naar een gewenste plek.
Of de Plug-in stad (1964) een facilitair bedrijf waarin individuele - zeer verschillende - woningen kunnen inpluggen.
Maandag is Lara Schrijver na 21.00 te horen in De Avonden