Nu kan ik een beetje lezen in Gerard Reve, Kroniek van een schuldig leven. Dat wil zeggen het eerste deel (De vroege jaren, 1923-1962). Hoe lees ik? Eerst bladergewijs, dan met kleine hapjes en tenslotte toch van het begin af. Met Nop Maas had ik tussen de bedrijven door wel eens een gesprekje over Gerard. En dat ging altijd over het zelfde, ernst of niet. Bij deze of die gelegenheid. Eigenlijk het onderwerp dat de buitenwereld je sinds mensenheugenis aanreikte.
Er waren er altijd die de Gerard Reve van na de Familie Boslowits een verwaarloosbaar schrijver vonden. Dezelfden die zijn overgang naar het katholicisme een smakeloze grap vonden. En nog ken ik weinig literatuurbeschouwers die raad weten met een meesterwerk als Bezorgde Ouders.
Dat zit hem in ernst en ironie. Reve is en blijft zijn lezers daarin altijd een paar passen voor.
Dat is ook terug te vinden in het citaat dat Nop Maas haalde uit een radiogesprek dat ik in 1991 met Reve had.
Ik zit Reve nogal op de huid. Of Frits van Egters het nou meent als hij de 'enige almachtige onze God' aanroept op het eind of niet.
Reve zegt eerst dat hij het eind van het boek huichelachtig vindt en retourneert de vraag: 'Zou ik het gemeend hebben?' Maar even later 'Misschien zijn het toch wel echte gedachten geweest.'
Eerlijker kun je denk ik niet zijn.