Rock'n roll - Jerry Lee Lewis, Carl Perkins en Johnny Cash, aan de piano Elvis Presley 
Robert Johnson (1911-1938) - vergiftigd door jaloerse echtgenoot
de Muddy Waters band - jaren '40, Muddy links

Het Zuiden

'I ve been all over the world, to the Gulf of Mexico,' zong Sonny Boy Williamson in 1963. En: 'I've been everywhere, where God has some land.'Dit soort citaten hield ik gisteren studenten van de Rietveld academie voor bij mijn aandeel in hun Studium Generale-project over het Zuiden van de Verenigde Staten.Een cultuurgeschiedenis aan de hand van muziek. Dat werd het. Of: hoe de muziek van een arm randgebied de wereld veroverde.

Wat de wereld onder popmuziek verstaat komt daar vandaan.
Het begon bij ongeletterde gitaarspelende plattelandsjongens als Robert Johnson (ik draaide Hellhound on my trail, 1937) die 
zich zomaar ontpopten tot dichters.
Het blijft een mirakel. Poëzie en muziek lieten elkaar niet meer los, blanken als Woody Guthrie en Bob Dylan maakten zich meester van de blues.
Vanuit New Orleans reisde de muziek naar Trinidad en werd Calypso, naar Jamaica en werd Ska. Per radio, AM-radio. Die radio overbrugde ook de blank-zwart grens.  
Muddy Waters vertelde me ooit hoe hij op de radio naar blanke stations luisterde, naar 'a guy called Hank'. Dat was Hank Williams.
De zelfde Muddy Waters trok naar Chicago en vond de bluesband uit. Het model voor de popgroep zoals het nog overal ter wereld bestaat, bas, drums, gitaren en keyboards.
Met rock'n roll werd de blues blank. Ook Elvis Presley en z'n vrienden luisterden naar de radio, de zwarte bluesradio. 
De studenten gaan straks op onderzoek naar Amerika, met V.S. Naipauls 'A turn in the south' op zak. Het reisboek waarin Naipaul de poor whites en de zwarten in het Zuiden beschrijft als waren ze een vreemde volksstam.