De Polderatlas - grootse onderneming van de kleine uitgever Thoth - is mijn kamer binnengevallen. De gevolgen van de 640 pagina's zijn nog niet te overzien. Het boek is zowel groot als dik en bijgevolg heel zwaar. Het is een noodzakelijk boek. De polder is niet meer onomstreden. Aan het woord wordt geknabbeld, middels de werkwoordsvorm 'polderen'. Wat in het spraakgebruik is gaan betekenen ellenlang sleutelen aan oeverloze, nutteloze compromissen. In onze polders was overleg van oudsher onvermijdelijk omdat het gezamenlijk belang - niet verzuipen - voorafging aan ieders deelbelang. Maar nu? Gezamenlijk belang?
Hoezeer de Nederlanders vergroeid zijn met het landschap waarin ze leven, dat laat de atlas zien. Hoe het landschap ons maakt, hoe wij het landschap maken, hoe daar cultuur - in ruimste zin - en organisatievormen uit voortkomen.
Meteen al dwingt het boek je na te denken over de veelgesmade 'maakbaarheid'.
Woensdag ga ik bij een van de auteurs langs, Wouter Reh.