'Alle Nederlanders, behalve ik, zijn ongelukkig en hufterig' staat er boven. Ik heb het uitgescheurd en bewaar het.
Ger Groot in de zaterdagse Opinie & Debat-bijlage van Nrc-Handelsblad van19 februari. Belangrijk, voor mij in elk geval.
Hier wordt het ontstaan van het hedendaagse wantrouwen, de achterdocht jegens alles en iedereen beschreven en uitgelegd.
Heel mijn 'linkse' opvoeding komt voorbij. 'De mens is de mens een wolf', leerden we. Tot niets dan slechts in staat. En Groot gaat terug naar de 'meesters van de achterdocht', ons aller goeroes van toen: Marx, Freud en Nietzsche.
Het 'goede' in onze natuur bleek ten diepste verdacht. Erachter woedden altijd agressie en puur eigenbelang. Ook de literatuur van die jaren staat er bol van. Maar al vrij vlug ging ik me verbazen over de vele onbaatzuchtige en vriendelijke medemensen die ik ontmoette.
Hoe kon dat dan? Nog hoor ik de schampere lachjes. Naiëf!
'Natuurlijk,' zegt Groot, 'zijn egoïsme, hebzucht en machtshonger maar al te reële menselijke hebbelijkheden. Maar de erkenning daarvan is nog iets anders dan die uit te roepen tot de diepste kern van ons wezen.' Later meer.
En - Sebaldiaans toeval - toen ging ik vanavond naar de bioscoop en zag de ontroerende Italiaanse film 'La Pivellina'. Waarin aardige, zorgzame circusmensen zich ontfermen over een achtergelaten peuter van drie. Geen tearjerker, ver van dat. Die mensen zijn echt aardig en zorgzaam. Dat bestaat. Al was het eerste wat ik dacht toen ik ze zag 'asocialen, oppassen'. Want zo ziek ben ook ik onderhand.