In de Delftse Prinsenhof de ‘Portretfabriek Van Mierevelt’ gezien. Waar strikt volgens sjablonen werd gewerkt onder supervisie van de meester (1566-1641).Met als resultaat de hoogste lof van tijdgenoten.
Zoals Hugo de Groot ('De allerbeste schilder'), Constantijn Huygens ('met gemak de belangrijkste') en P.C.Hooft ('volmaakt vakmanschap'). Niet de minsten. Wat mankeerde ze? Rembrandt, Hals, Vermeer en zoveel anderen kwamen later naar voren als de genieën van die tijd. Niet de keurige Van Mierevelt, die leverde wat gevraagd werd: nette portretten van nette rijke mensen.
Zagen ze niet dat al die portretten op elkaar lijken. Logisch, ze werden op de zelfde manier in het beeld gezet en belicht. Allemaal hebben ze die uitdrukking van superioriteit die in hun kringen - en ook nu nog - telde: het een ietsje laten zakken van de rechter mondhoek en de rechterwenkbrauw wat opgetrokken houden. Mensen die 'naar niets kijken', zie je. Vrijwel uitdrukkingloos, altijd 'cool'. Je hoort ze 'hm' prevelen.
Wat ons boeit aan portretten van Rembrandt, Frans Hals of 'mindere goden', de vaak onachterhaalbare uitdrukking van hun emoties, ontbreekt.
Een enkeling als Maria van Reigersbergh, vrouw van Hugo de Groot, schrijfster, ontkomt. Ze slaagt erin de grote gladstrijker uit z'n evenwicht te krijgen.