In 2001 verscheen in Raster dit gedicht van de Taiwanese Hsia Yü (1956), vertaald door Silvia Marijnissen. 'hel van het ik' is opgedragen aan Borges:
een stel slaapwandelaars schuurt
langs een ander stel en hun dromen verstrengelen
zoals wolken stotend op andere wolken
een regenbui laten een van de
slaapwandelaars ontwaakt in een kamer
opent zijn ogen en zegt: het regent
niet wetend dat hij aan het slaapwandelen was
en is ontwaakt in andermans kamer
zijn voeten in andermans schoenen
passen precies zijn lichaam in andermans kleren
gestoken zit hij aan een andere
tafel met andere mensen te eten
hij is een ander ik geworden ongetwijfeld
koesteren zijn vrienden of vrouw wel argwaan
maar zijn ze overtuigd door twijfels in het bestaan
die van nature nog bedrieglijker zijn hier zijn schoenen
de sleutel je merkt het toch al snel
niet als je de verkeerde schoenen aan hebt daarom
wordt iedereen die opstaat 's ochtends
allereerst door zijn eigen schoenen overtuigd
en twijfelen zij er nooit aan dat zij
zichzelf niet meer zijn het gekke is
waarom passen andermans schoenen
ons omdat er maar één persoon
hoeft te blijven slapen en iedereen leeft volledig
in diens droom