Niet eerder zag ik een gelukte film waarin de hoofdpersoon een schilder was. Uitgezonderd misschien de Spaanse 'Het kweeperenboompje', maar die gaat louter over het métier.
Jee, het klopt, ongelooflijk! Dat is wat je denkt bij de eerste beelden. Het verlangen in een schilderij te kruipen wordt onmiddellijk gewekt. En waarachtig, Lech Majewski doet het.
Het blijkt mogelijk een schilderij als Brueghels kruisdraging (1564) tot leven te wekken, niet alleen in personages, hun teksten en aankleding, maar ook in vloeiende overgangen tussen stilstand en beweging, tussen modellen, voorbeelden en wat er van op het doek komt. In één avond vergat ik alle pogingen tot Rembrandt, Van Gogh en Vermeer, het machteloze gepsychologiseer, de met de haren erbij gesleepte romances.
'Kunt u de tijd stilzetten?'
'Ja, dat kan ik.'
Heel het kruisigingverhaal haalt Brueghel naar zijn eigen tijd. En Majewski kruipt in de schilder en zijn overwegingen. Rondom het drama gaat het leven van alledag door. Zoals de boer voortploegt als Icarus in zee valt, zo zet Brueghel de molenaar neer als een plaatsvervangende God ('geef ons heden ons dagelijks brood'). Hoe vertel je een verhaal, in verf, op film, daar gaat het over.