In oktober 1883 opende de expositie van de Incoherenten. Alle kunst - zonder onderscheid - was welkom. Ook 'gevonden voorwerpen', kindertekeningen.
Zelfs een zwart doek van een dichter, getiteld 'Vechtende negers in een kelder bij nacht'. Op affiches en uitnodigingskaarten werd een inktpot leeggegoten over een geleerd vertoog over esthetica. Het werkte, er kwamen 20.000 bezoekers. Er was - lang voor Duchamp en Dali - een prent van een pijprokende Mona Lisa van Sapeck (1883). De surrealisten en dadaisten hadden voorlopers.
Daarna gingen de Incoherents bals organiseren. Ze drongen ook door in de literatuur. In Prousts 'Een liefde van Swann' huivert Swann bij het idee dat zijn Odette met een concurrent naar een bal van Incoherents zal gaan. Op het eerste bal (1885) hingen borden aan de muur die zeiden 'De melancholie komt hier niet binnen' of 'SVP niet tegen het plafond spuwen'. De kleding was extravagant: mannen gingen als artisjok. Voor een souper buiten moest je zelf je gazon meenemen.
In 1887 werd de Incoherence doodverklaard en begraven. En ik blijf zitten met vraag waarom sinds de Incoherenten het zg. absurde in kunst en vermaak altijd weer de zelfde vormen aanneemt