In de tweede helft van de jaren '60 stak de in Norwich docerende, van oorsprong Duitse schrijver W.G.Sebald vaak voor twee, drie dagen over naar België.
In zijn roman Austerlitz wandelt de hoofdpersoon al op de eerste pagina door Antwerpen en - niet ver van het monumentale station naast de dierentuin - door de oude buurt, de Jeruzalemstraat, de Nachtegaalstraat, de Pelikaanstraat en de Paradijsstraat.
Vannacht stierf mijn verre tante (87) die sinds jaar en dag het Middeleeuwse huis 'De koning Achab' op de hoek van de Kattenstraat en de Paradijsstraat bewoonde. Ze tekende portretten die leken, maakte viltsculpturen en sneed poppen van Antwerpse figuren - hoeren met korte rokjes en streepkousen die ze zelf maakte. Haar bushalte met een wachtende, geheel aangeklede familie Flodder is een meesterwerkje.
Sebald liep hier langs. Misschien zag hij haar bezig.