NRC bracht gisteren het sensationele bericht dat de Nederlandse taal veel ouder is dan gedacht.
De vroegst bewaarde woorden zijn dus niet 'olla vogala' uit de elfde eeuw maar zitten meeverpakt in een wetstekst van vijf eeuwen eerder. Vrouw was 'fri', zodat je verloving verbreken ('verzeggen') 'frifrasagin' werd, moord was 'morther', vogel was 'focla' en vee was 'fe'. Ze werden gevonden in een Frankische wetstekst uit de zesde eeuw uit Noord-Frankrijk. Hoe? Als vreemde restwoorden in een verder Romaanse tekst. Sommige Frankische (een Germaanse taal) woorden leefden zo voort. Soms werd zo'n vreemd (Grieks?) woord bij het overschrijven gelatiniseerd of gewoon weggelaten.
Het gesproken oud-Nederlands is dus nóg veel ouder. Hoe overleven woorden? Er was eens een Surinaams radioprogramma gesproken in het Sranantongo, met daartussendoor af en toe opeens 'interimbeheer' of 'bijstandsmoeder'. Nog langer geleden hoorde ik in bed het betoverende 'Socialistisch Nieuws in Esperanto', waarin tussen het koeterwaals woorden als 'vakantiebijslag' of 'bermtoerisme' konden opklinken. Woorden als verstekelingen.