Schip

 Mijn grootvader was kapitein op Holland Amerika Lijn-schepen. Schepen als de Maasdam, de Rijndam, de Statendam, tot hij in 1934 een attaque kreeg in Havana.

 Ik vertelde het de stuur­man die me rondleidde over de brug van het HAL-schip de ss Rotter­dam. Een reus die voorgoed stilligt. In coma, want zo erg is dat stilliggen. Je gaat met je vingers langs het keurig geschilderde plaatijzer, langs het bakeliet en email van de apparatuur. Te water gelaten in 1958, tot 1997 als lijn- en cruis­eschip gevaren, en nu bewegingloos.

 Ik herinner me wat radiotechnicus en oud-marconist op de grote vaart Dick Lugtenburg eens zei toen wij maar bleven vragen naar zijn jaren op zee: 'Je praat er niet over. De mensen begrijpen het toch niet.'  Toch, tijdens een lange montage ontviel hem opeens dit: 'Het schip ligt stil. En de wereld komt voorbij. Dan zeggen ze aan boord, daar komt een dorp voorbij. Die dorpen zien er alle­maal het zelfde uit, havenin­stal­laties in de mist.'

 Als marconist ging je ook over het weer. Om stormen heen varen was zijn specialiteit, leerde ik. 'Die schepen waren altijd te zwaar geladen, dus je voer zo 1000 mijl om. Je moest wel.'