Cellist Ernst Reyseger bracht hem in 1981 mee en spoedig vulde hij de hele ruimte. Niet alleen omdat hij uitzonderlijk groot en breed was, want hij bewoog zich soepel, nee eerder door het vele.
Sean kwam uit Zuid-Afrika, speelde tenorsax, maar op zekere dag kwam er een ukelele uit zijn rugzak. Waarop hij zelfgemaakte liedjes begeleidde. Heel lieftallige. En dat met die reusachtige gestalte - in de krant lees ik dat hij schoenmaat 47 had. Ik herinner er me een louter over het bereiden van voedsel. Nederlands was het niet, Zuid-Afrikaans evenmin, het was Sean Bergins en volstrekt begrijpelijk.
Daarnaast speelde hij nog tal van instrumenten. In combinatie met multipercussionist Alan 'Gunga' Purves' en Reyseger stond hij vaak in ons Radiotheater. Improviseren, van het blad, Sean kon alles. In 2000 kreeg hij de Boy Edgar prijs en ik interviewde hem in zijn erker, onder de spoorlijn. Goed geluid.
Hij had een hekel aan aanstellers. Ik herinner me hoe Kevin Coyne eens uit Neurenberg aankwam zonder gitaar en op één schoen. Sean wist van drinken, maar dit ging hem te ver. De reus las Coyne de les: je speelt of niet.