Het zal een plotselinge aanval van verkiezingsmoeheid geweest zijn, maar gaande het Carré-debat bleek ik opeens veranderd in een Griek.
Ik keek naar tv met titels in het Griekse alfabet. Maar de personages kende ik. Ook het Grieks van Slob, Pechtold en Wilders verstond ik, behalve dat de betekenis van hun woorden, al deed ik nog zo m'n best, niet tot me wilde doordringen. Wat bedoelden ze toch? Het ging over ernstige bezuinigingen als het afzinken van eilanden en het weghalen van broodroosters uit het ziekenfondspakket.
Maar, dacht ik, hoe kun je zo tot de laatste euro over die dingen praten terwijl geen van jullie maar de flauwste notie heeft hoe de wereldeconomie, die van Europa of van Griekenland er over een jaar voor zullen staan? Pas toen ze begonnen over het verlaten van de euro en het adopteren van de keiharde Hollandse gulden drong door dat ik droomde. En dacht ik aan mijn moeder, die in zo'n geval zei 'het is vast allemaal wel ergens goed voor'. En 'dat zien we dan wel weer.'