L.C. Smith & Co

 Eigenlijk konden mijn ouders niet fietsen, schreef Gerard Reve.

 En zo kan ik eigenlijk niet typen. Door een groot geluk kwam Bart Egers op mijn pad, die me eigener beweging correcties in Avondlog ging sturen. Ik heb hem nog nooit gezien.

 Mijn typen begon op de machine die mijn vader - geen geringe beslissing - besloot te kopen toen ik twaalf was. Deze tweede­hands L.C. Smith & Co moest eerst ingrij­pend worden aangepast door een grote man in een leren jas die Eef heette en het onderhoud aan de schrijfmachines van kan­toren deed. Hij was de echtgenoot van de werkster en kwam op de brommer uit Loos­duinen.

 Eef voorzag volgens mijn vaders gewichtige instructies de L.C. Smith van alle leestekens voor het Frans en Duits. En er kwam een vilten onderzetter. Daarna konden de lessen beginnen. Die bestonden uit grote papieren met fletse rode, blauwe, groene en gele vinger­zettingen. Tante Nel die Schoe­vers had gehad zou het hem leren. Maar al na één avond besloot mijn vader dat typen iets voor secretaresses was, niet voor hem.

 Na een jaar heb ik de L.C. Smith meegesmokkeld naar mijn kamer en er stiekem mijn eerste krantje op getypt. Met veel carbon kwam ik tot een oplage van 8 exemplaren. Typen deed ik met één vinger, die er vaak naast vloog. En zo typ ik nog. Vol fouten, die Bart Egers er elke dag weer uit haalt. Dat moest vandaag even gezegd zijn.