Oranje. Waarom eigenlijk?

 Met Simon Groenveld, bij wie geschiedenisstudenten Mark Rutte en Willem Alexander college liepen, gepraat over de bizarre manier waarop de twee overheden van de Republiek sinds Willem van Oranje gekoppeld raakten. De burgers van de Staten Generaal en de graven en prinsen van ministaatjes in Duitsland en Frankrijk.

 Dit naar aanleiding van 'Constantijn Huygens op dienstreis', het door hem teruggevonden reisverslag van de secretaris van Frederik Hendrik uit 1654.

 De Oranjes waren geen vorsten maar ambtenaren in dienst van het burgerlijk gezag. Frederik Hendrik kon daarmee omgaan, maar zijn zoon Willem II begreep het niet. Hoewel zijn vader door zijn secretaris Huygens het hem in twee testamenten nog wel zo duidelijk had uitgelegd gedroeg hij zich als een balorig vorstenkind. Schoffeerde links en rechts en leende geld, bijvoorbeeld twee miljoen van de rijke stad Amsterdam. Toen hij niet aan de verplichtingen kon voldoen gaf hij in 1650 opdracht de stad te belegeren. Als hij niet in dat zelfde jaar aan de pokken was gestorven was er een hoop ellende van gekomen. Gevolg: het eerste stadhouderloze tijdperk.

 Simon Groenveld vertelt ‑ primeur! - vrijdag in de Avonden van de twee waarschuwende testamenten die Frederik Hendrik zijn zoon naliet - handschrift van Huygens - en die hij terugvond in een Oostduits archief. Niet dat het geholpen heeft. Oranje. Waarom eigenlijk? Eerst waren er legeraanvoerders nodig, maar toen de tachtigjarige oorlog eenmaal gewonnen was en het rampjaar 1672 voorbij zat men met een adellijke familie die niets duidelijks te doen had.

 En zo is het nog.

Tags: