Toen ik in de vissershaven Chioggia - een klein Venetië, aan het uiteinde van de lagune - logeerde waren het de dagen van het Plein van de Hemelse Vrede (1989).
De film Io sono Li (Ik ben Li) van Andrea Segre speelt zich af in het heden, in dat zelfde Chioggia, onder vissers die hun netten uitzetten in de lagune. Een plaats waar nooit iets verandert tot er een Chinees meisje in de Bar Paradiso komt werken. Daar tewerk gesteld door het netwerk van Chinese dwangarbeid.
Nog steeds gebeurt er niets tot een vaste klant verliefd op haar wordt. En zelfs dan gebeurt er niets, want haar werkgevers houden de liefdesgeschiedenis tegen.
Wat gebeurt er wel?
Net wat ik zelf in Chioggia meemaakte. De visvangst, de schepen, de vissershutten op pootjes in de lagune, het uitzetten van netten op stokken door mannen in lieslaarzen, en daarbij de lichtval over het water tegen de schimmige achtergrond van de besneeuwde bergen van Friuli, dat schouwspel maakt dialoog en handeling ondergeschikt. Het decor neemt de film over. Je kijkt je ogen uit. Als je weer buiten staat ruik je vis.