Stilte op de radio (vervolg)

 En denk nu maar niet dat er in het heden geen Hilversumse voorschriften meer bestaan betreffende stilte op de radio.

 Technica Ans Beentjes, die vaak De Avonden uitzendt, lichtte een tipje van de sluier op over wat tegenwoordig bij NOB Audio - nu weer Ericsson -  zo mooi 'Stiltedetectie' heet. De CPR, wat betekent Centrale Play-out Radio (dat was vroeger de ECK, de Eind Controle Kamer), heeft voor elke zender een aparte 'module' met een stiltedetectie. En dan is er een noodprogramma: Als de stiltedetectie aan staat, activeert die automatisch het noodprogramma van de betreffende CPR.

 Er zijn panelen met groene en rode knoppen die oplichten in allerlei situaties. Waarbij voor de leek poëtische raadseltaal als ‘rood in 2e regel: stilte gesignaleerd’. En ‘rood knipperend = stilte-alarm’,  gevolgd door  ’zoemer en flitslicht actief, noodprogramma wordt gestart.'

 Maar waar liggen de grenzen? Daar ontstonden tenslotte de conflicten tijdens het stilte-experiment van Peter Flik en mij in 1975, toen we alleen nog ‘zacht duivengeluid’ uitzonden. Wat is in 2013 stilte en wat nog net niet?  Tenslotte volgen dus ook in dit voorschrift de ’drempelwaarden‘. Die voor alle radiozenders blijken te verschillen. Bijvoorbeeld stilte op Radio 1 is -60dBF8 gedurende 20 seconden, en ‘geluid weer terug’ als het niveau boven -41dBF8 komt gedurende 5 seconden. Voor de muziekzender radio 4 zijn iets langere pauzes toegestaan, zie ik. Hoe zacht dat is weet ik niet.  

 Er wordt op ons gelet, nog steeds.