De toekomst zou van iedereen moeten zijn, net als de openbare ruimte. Maar als je even niet oplet heeft een groep drieste denkers en doeners - die geen tegenspraak dulden - zich er weer meester van gemaakt. En o wee!
Op 20 september opent in de Leidse Lakenhal 'Utopia 1900-1940)' over twee kanten van de historische avant-garde die moeilijk te rijmen lijken: het expressionisme en het Russische constructivisme.
Het nummer van Kunstschrift dat net uit is tovert je het drama voor ogen. Het waren al te vaak kunstenaars die autoritaire regimes de hand leenden. Waarom? Omdat ook kunstenaars vaak beter weten wat goed voor je is. Utopie duldt geen tegenspraak.
Mariëtte Haveman legt de vinger op pijnlijke gevallen. Van Bauhaus-meesters Gropius en Mies van der Rohe die ontwerpen maakten voor Hitlers Rijkspartijdagen tot de 'universele antidemocraat' le Corbusier, die in 1930, na afwijzing van zijn plan om het oude centrum van Parijs te vervangen door woontorens dat zelfde plan ijskoud nog eens instuurde naar een prijsvraag in Moskou, en daarna nog eens naar het fascistische Vichy-regime.
Wie de macht wil veroveren, doet dat onder het vaandel van law and order, zindelijkheid en netheid. Weg dus met wat slordig en ouderwets is. Denk aan de jaren '60-plannen van Den Uyl en Lammers, en hun architecten voor cityvorming in de Amsterdamse binnenstad - het slopen van alle 19de eeuwse wijken en talrijke metrolijnen dwars door de grachtengordel.
In onze tijd is het de futurist Joep van Lieshout, die in het Rotterdams havengebied experimenteert met zijn – no kidding - Slave City. Ironie? Wil hij ons een spiegel voorhouden? Spaar me. Utopie is altijd weer dezelfde spiegel, waarin je steeds hetzelfde ziet. Daarvan doordringt dit Kunstschrift je.