'Tweehoog, dat is de goede hoogte.' We keken de zijstraat in, halverwege hemel en aarde. Beneden ons liep een mevrouw met haar zoontje en een boodschappentas. Boven ons woeien de wolken. Mustafa vertelde dat hij eigenlijk alleen die eis had gehad toen hij hier kwam wonen. Tweehoog moest het zijn.
Het was 2003, we spraken over zijn vader, die in Lelystad woonde en die hij bijna dagelijks opzocht. Naar het station liep hij altijd, toch wel een half uur. Misschien als boetedoening, toch ook om iets aan z'n conditie te doen. Z'n traditionele vader en hij dachten over alles anders. Maar nooit zou hij hem tegenspreken. Die vader is gestorven. Z'n vierde bundel, Tempel, lijkt voor hem opgericht. Maar wat een Hollandse tempel is het. Hier het gebed van de fokstier:
Bespot mij niet o Heer, gesel mij
niet langer met uw hoongelach
ik heb mijn trots: felbegeerd
zijn mijn eigenschappen,
over heel het ondermaanse stroomt uit
mijn zaad, met duizenden
zijn mijn gedoemde nakomelingen
van hoogstaande kwaliteit nu
stervelingen de dieren bestieren
en u en de uwen o Heer
de goden zijn geruimd