Vorig jaar zag ik in Dr. Guislain de tentoonstelling Nerveuze vrouwen over hysterie in de 19de eeuw. Een verschijnsel dat toen alleen vrouwen leek te treffen. Maar in 1914 aan het front, waren het mannen die de zelfde symptomen vertoonden.
Geen ontkomen aan: de loopgravenoorlog maakte van mannen hysterische vrouwen. Hulpeloos, onder de voortdurende dreiging, zonder uitzicht op ontkomen zagen ze hun kameraden verminkt raken of omkomen. Ze gingen schreeuwen, kregen onbedaarlijke huilbuien. Hun ledematen verstijfden. Ze konden niet meer spreken en reageerden niet meer op hun omgeving. Ze leden aan geheugenverlies en werden gevoelloos.
Zenuwinstortingen waren de oorzaak van veertig procent van de verliezen in het Britse leger. Demoralisatie dreigde bij de troepen en aan het thuisfront. De traditionele disciplinaire bestraffingen om de manschappen snel terug te krijgen aan het front hielpen niet. Men moest tenslotte toegeven dat 'shellshock' veroorzaakt werd door psychische trauma's.
Een andere benadering volgde in Duitsland, toen de Nazi's daar aan de macht kwamen. Wat leidde tot harde bestrijding van alles wat 'ontaard' was, van psychische oorlogsslachtoffers tot makers van avant-garde kunst.