Het zal het seizoen zijn. Tantes gedijen in schemering. En het meest in de dagen voor kerst. Waar zijn ze gebleven? Tante Fré die voor haar dwergachtige vriend Lo steeds maar platen van Eartha Kitt opzette, terwijl ze een grote ossentong bereidde.
In mijn jeugd traden tantes op als het levend bewijs dat de getrouwde staat en het gezin niet de enige manier van leven waren. Wie anders dan de tantes brachten licht in donkere dagen.
In Zutphen, mijn tantestad bij uitstek, logeerde ik met kerst bij tante Karin, die onder de Drogenapstoren haar leven improviseerde in een groen fluwelen jurk. Ik was twaalf en sliep er op een grote lege zolder met als kruik een verhitte, geglazuurde steen. Tegen etenstijd keken we in de ijs- en provisiekast wat er was en besloten dat bami met cervelaatworst en een blikje soepgroente voldoende waren voor een kerstmaal. We vonden nog een potje zure augurken ook. Tante Karin zong voortdurend.
De volgende ochtend bleken er nog boterhammen te zijn. Pietsje beschimmeld, maar dat snee je er af. Koffie was er. Nu nog kopjes. Die stonden overal in de kamer.
'Welk kopje had jij gisteren.'
Makkelijk, dat met lipstick was het hare. Ze leerde me tekenen. Ze tekende mij. Op kasten stonden overal opengeslagen fotoboeken tegen de muur. 's Middags vervolgden we ons kerstproject: met rollers de deuren knalrood schilderen. Maar tegen mijn druipers bleek niet op te rollen. Daar moest tante Karin vreselijk om lachen.
ps. Avondlog gaat dagelijks door, maar zal niet meer op de Avonden-site te vinden zijn omdat de Avonden ophoudt. Makkelijk te vinden is is www.Avondlog.nl