De film begint met een man die omhoog kijkt. Dat zal hij vaker doen. Hij wacht op zijn duiven. Hij bakt de beste friet. En heeft de mooiste vrouw van de Borinage, maar niet lang meer, ze sterft, uitgeput.
Je kijkt naar Henri, die z'n café restaurantje na de dood van z'n vrouw niet meer aankan, zeker niet met hulp van Rosette, een zwakzinnige hulp uit het tehuis. Alles wordt in deze film in gereedheid gebracht voor een tragische mislukking.
Hoe zal regisseuse Yolande Moreau die laten zien? Er volgt een verrassende omkering. Henri deserteert en neemt van z'n laatste geld Rosette mee naar de kust, naar Middelkerke. Getwee dromen ze daar een paar dagen lang een frietbus en een liefdesgeschiedenis bijelkaar. Tot het zwakzinnige meisje de wijste blijkt. Ze besluit alleen terug te gaan naar haar tehuis in Charleroi. Zwanger is ze ook niet van Henri, dat was maar een grapje.
Blijft over een alcoholische man en een frietbus. Duiven komen altijd terug. Zo ook hij. De wanhoop van Wallonië, die tegelijk de schoonheid ervan is. En waaraan alleen de zwakzinnigen in het tehuis - die de Witte Vlinders worden genoemd - lijken te ontstijgen. Zodat de boodschap overblijft dat je in Wallonië maar beter zwakzinnig kunt zijn.