Die sportmensen die zo trots verkondigen dat ze zich verre van politiek houden, die hadden daar nooit op dat podium moeten staan.
En die koning van ons en zijn echtgenote hadden ze nooit moeten komen toejuichen. Pijnlijk was het. Weerzinwekkend. Bas van der Schot vatte het vanmorgen in de Volkskrant in één plaatje samen. Politici misbruiken sport voor hun propaganda. Hitler deed het in 1936 al bij de Spelen van Berlijn. En die koning van ons maakte al jong deel uit van het corrupte Olympisch gezelschap.
Er was een uitzondering. Ik weet nog goed dat tot mijn kinderlijke verbazing Nederland niet meedeed met de Spelen van 1956 in Melbourne, waar de Russen doodleuk wel stonden. Ook Spanje en Zwitserland deden niet mee. Alle anderen wel.
Niet meedoen kan dus. Om politieke redenen. De Russen waren bezig hun satellietstaat Hongarije tot de orde te roepen. Was Poetin niet bezig de Kaukasus tot de orde te roepen? Jelle Brandt Corstius deed er gisteren mooi verslag van: opnieuw Russisch prikkeldraad. Om niet te spreken van homoseksualiteit en vrijheid van meningsuiting.
Sport en politiek hebben alles met elkaar te maken. Koningen en sportlui die dat niet onder ogen willen zien vervullen me met diepe weerzin. Om niet te spreken van de politici die zo onze zaken behartigen. Toch maar even zeggen, dit.