De gloeilamp staat in strips voor een lumineus idee. Bertus Pieters verbaast er zich op de site Galeries (abonneer!) over dat 'het peertje voor elektrisch licht bij ons is ingeburgerd als icoon voor een idee of een eureka-moment.' Niet zo vreemd toch, luidt de uitdrukking niet 'daar gaat me een licht op?'
Maar wat gebeurt er nu precies in deze oefening in striptaal uit 1970 van de IJslander Sigurdur Gudmundsson (1942)?
Wat je ziet is een denkballon, zoals we ze kennen uit strips, met daarin het eureka-lampje. De denkballon is met het hoofd van de man verbonden door luchtbellen. Het inzicht borrelt als het ware uit de geest van de man op.
Alsof wij zouden denken als vissen. Maar dat niet alleen. De man spreekt tegelijkertijd ook. Hij zegt een woord, dat in striptaal wordt weergegeven in een tekstballon. Tekstballonnen ontsnappen als het ware aan de mond van een spreker. Zoals een kind een ballon opblaast.
In dit geval zegt hij ‘BULB’, ofwel ‘PEERTJE’. En als om dat te illustreren houdt hij ook nog zo’n peertje in zijn handen en strijkt erover, als eens Aladdin over zijn wonderlamp. Zodat wij als kijkers wel moeten concluderen dat de lumineuze gedachte boven zijn hoofd daardoor ontstaat.
Gudmundsson werd als beeldhouwer opgeleid aan de Ateliers en woont en werkt nog steeds in Nederland en China. Er is nu werk van hem te zien in de Rabo Kunstzone in Utrecht.
ps. Over de herkomst van lampjes, ballonnen en wolkjes later meer.