Canetti en de luchtjesvrouw

  Nu het over hygiene gaat, sommigen, waaronder de moeder van Helen in Vochtige streken kunnen niet tegen luchtjes. Helen daarentegen doet in geurprovocaties, winden laten en al. In het ziekenhuis begint verpl­eger Robin meteen met een raam te wapperen. In De oorgetuige (1974), vijftig types die Elias Canetti schetste zit een Luchtjesfreak:

  'De luchtjesfreak schuwt luchtjes en ontwijkt ze. Ze opent deuren voorzichtig en aarzelt voor ze een drempel over gaat. Half afgewend staat ze daar een tijdje. Om met één neusvleugel te ruiken de andere spaart ze. Ze strekt een vinger in de onbekende ruimte en brengt hem naar haar neus. Dan houdt ze een neusvleugel dicht en snuffelt met de andere. Als ze niet meteen flauwvalt wacht ze nog even. Dan treedt ze zijwaarts met een voet over de drempel, laat echter de andere buiten. Het scheelt nu niet veel of ze zou het erop kunnen wagen, maar net op tijd belandt ze in een laatste proef. Ze gaat op haar tenen staan en snuift weer. Als het luchtje nu niet verandert, vreest ze geen verrassingen meer en riskeert ook het andere been. Binnen staat ze. De deur waardoor ze zich in veiligheid zou kunnen brengen blijft wijd open.' 

 Daarna beschrijft Canetti het isolement waarin de Luchtjesfreak onvermijdelijk terechtkomt: 'Waar ze ook is ze heeft een laag van voorzichtigheid om zich heen; anderen letten als ze gaan zitten op hun kleren, zij op haar isolerende laag. Ze vreest heftige zinnen die daar doorheen zouden kunnen stoten. Ze wendt zich behoedzaam tot de mensen en verwacht even behoedzame antwoorden.'

 En dan ziet Canetti in dat afstand houden, dat nauwkeurig volgen van de bewegingen van de ander, een dans. De luchtjesvrouw danst met anderen, zij het op grote afstand.

 Er bestaat een vertaling uit 2001, waarin staat hoe dit afloopt.