In het park kwam ik langs twee jongetjes die ernstig een voetbal naar elkaar heen en weer speelden. De bal rolde recht op me af.
Na een overweging van een fractie van een seconde maakte ik het ‘overstapje’ en liet de bal gaan voor het tweede jongetje. Die nam hem overigens niet goed aan. Maar wat was ik trots op mezelf. Weinig grote mensen heb ik als kind meer verwenst dan volwassen mannen die zo’n bal – zeker vlak na het WK – meteen een uitsloverige rotschop gaven, zodat hij ergens, ver weg terecht kwam waar je hem moest gaan halen. Om te laten zien dat ze heus nog wel een balletje konden trappen. Er was niemand in de buurt die mijn non-actie gezien had.
Tien jaar straatvoetbal en vijf jaar jeugdcompetitie – abrupt geëindigd met een kapotte knie – rollen op je af. Onderdruk maar eens de reflex die daarin wordt opgebouwd.
Maar mijn trots schrompelde ineen toen ik bedacht dat het ‘overstapje’ wel dé manier is om een bal te spelen zonder hem te raken. Je voeten blijven 15 jaar oud.