Er is iets grondig mis tussen mensen en dieren. Wanneer de honden in opstand komen en de straten van Boedapest vullen lijkt het wel georganiseerd verzet, als in Hitchcocks 'The Birds'.
Dat honden gedresseerde moordmachines zijn was ik even vergeten. Ook Hagen, de zwerfhond waaraan de dertienjarige Lili haar hart verpand heeft, herinnert het zich pas als hij door haar vader op straat is gezet is en in handen van een vechthondentrainer gevallen.
Kan het ooit nog goed komen tussen bazen en honden? De film White God - de baas is god - begint in het slachthuis waar Lili's vader werkt. En eindigt daar ook.
Als de opstandige meute na een rondgang langs slagerijen en wraakoefeningen op bazen daar is aangekomen kan alleen een wonder Lili, haar vader en de film nog redden. En dat gebeurt. Ik verklap niks, maar de Rattenvanger van Hameln is niet ver weg.
White dog van Kornél Mundruczó is een onmogelijk verhaal: tekenfilm - de hondenvangers lijken zo uit Donald Duck weggelopen - bloedige thriller en 'I love you dad' wisselen elkaar voortdurend af.
Het knappe is dat in al die met elkaar vervlochten vormen het thema terugkeert. Het is mis tussen mens en dier, daar helpt geen sprookje aan.