Wat gebeurt er wanneer het verdriet van velen wordt vereenvoudigd, teruggebracht tot dat ene. Zoals bij de plakkaatjes van Je suis Charlie of de teddyberen langs de weg bij de rouw-optochten met slachtoffers van de MH17?
Het geeft verlichting. Maar depressie beleef je alleen. Depressieven demonstreren niet. Bij de tentoonstelling Donkere kamers, over melancholie en depressie, in Dr.Guislain in Gent hoort een verhelderende catalogus waarin de Leuvense onderzoeker Filip Raes uitlegt hoe we met geleden leed omgaan. We maken het makkelijker hanteerbaar, slijpen de scherpe kantjes eraf, door het te 'veralgemeniseren'.
Lijders aan depressie herinneren zich niet specifieke voorvallen waardoor ze gekwetst werden, maar zien heel hun leven als vervuld van pijnlijke emoties. Dat maakt het makkelijker hanteerbaar, dan het uitputtende naar boven halen van voorvallen, die je steeds blijft herkauwen. Door herinneringen algemeen te maken vermijd je dat.
Op de tentoonstelling hangt een uitstalling van clichéschilderijen van huilende kinderen, verzameld door Johan van Geluwe, die dit treffend illustreert. Hier zie je hoe verdriet wordt veralgemeniseerd en op die manier hanteerbaar gemaakt, net als door de stapels teddyberen en de menigten Ik ben Charlie-plakkaten.
Het verhaal dat hoort bij de twintig huilende kinderportretten is ook overdreven smartelijk: er zou een vloek op ze rusten. Volgens een 'stadssage' gaat het om weeskinderen, geschilderd voor ze omkwamen bij een brand. Maar, hun portretjes werden ongeschonden teruggevonden tussen puin en as.