Veel schilderijen van lezende vrouwen zijn er. Het model zit stil, zondert zich af van de wereld. Zou je tegen haar praten dan hoorde ze je niet eens. Ik zag ze in Museum Gouda bij wat heet 'Uitgelezen'.
Het verzinken, dat wat ze concentratie noemen, maar wat overgave is. Het boek heeft haar overmeesterd.
Dat wekt jaloezie. De wereld probeert er tussen te komen. Kijkend naar een lezende vrouw wil je weten wat zich afspeelt tussen het boek en haar. Hoe ze zich liet verleiden door letters, bladspiegel en lichtval. En wat daar achter schuilgaat.
Dichterbij zie je soms ook verveling of ergernis. Een enkel woord kan genoeg zijn of er volgt een gaap. Ze legt het boek weg. Loopt naar het raam. Er rijst een vraag. Vergist ze zich? Ze neemt het boek weer ter hand. Er blijven ten slotte maar twee mogelijkheden over, ofwel het boek sterft onder haar handen of het neemt haar mee naar z'n eind. Het ontvoert haar, het is sterker dan zij. En dan zal ze telkens weer terugkomen.
In de ogen van anderen wekt dit intiem proces soms zelfs agressie. Als kind ondervond ik dat huisgenoten vlak voor mijn gezicht in hun handen gingen klappen. 'Geen gezicht,’ vond mijn vader, ‘je mond gaat openhangen, je kwijlt.'
Lezen werd lang ontraden. En bleef verdacht. Van ontucht tussen jou en boek tot je bederft je ogen. Maar verboden werd het zelden, sedert de Vrijheid van Consciëntie van Erasmus en Coornhert.
ps. Ik vrees wel dat menige schilder z'n modellen een boek in handen gaf om te zorgen dat ze stil bleven zitten.