Terug naar Ithaka heet de film, vol diepe ironie. Want de Odysseus die terugkeert naar Havana belandt in een triest doolhof, waar heden en verleden van het Castrobewind samenkomen. In vertwijfeling.
Misschien niet gek zo'n film als deze van Laurent Cantet in een tijd van woede over het neokapitalisme. Hoe dan anders, blijft de vraag. Niet zoals op Cuba.
Vijf oude vrienden, intellectuelen, waarvan twee kunstenaars die het niet gered hebben, en een weerzien op een terras met uitzicht over de bedrieglijk schilderachtige haven van Havana. Een zonsondergang en de terugkeer van de schrijver Amedeo, na zestien jaar uit het verre vreemde Spanje.
Emigratie, opnieuw het grote thema. Voor een schrijver is landverhuizen al te vaak fataal. Wat niet lukt zie je in Amadeo. Hij kijkt over de baai en het uitgaansvolk beneden en hoort en ziet de geluiden van het stadion waar de Industriales hun honkbalwedstrijd winnen. En hij weet dit is mijn materiaal, dit is mijn stad, dit ben ik. Hij wil blijven. Zijn gebleven vrienden verklaren hem voor gek.
En dan komen de verhalen los over hoe het in zijn afwezigheid toeging. Over het verlies van hun geloof in de Nieuwe Orde, hoe je moest liegen en je beste vrienden bedriegen om in leven te blijven. Van de kunst kwam niets meer terecht, in Spanje niet, in Havana evenmin.