Pasquetta

 Zo heet Tweede Paasdag in Italië. Paasje. Ik was in Turijn, bij stralende zon. IJskoude wind woei de Alpen af die je rondom in de verte zag liggen. Het uitgestrekte keien-marktplein aan de rand van de oude stad lag leeg. Een Chirico-achtig tafereel.

 Tot er een oude vrachtwagen aangereden kwam. Als bij toverslag doken uit de omliggende stegen vrouwen op, met boodschappentassen. Ze schaarden zich rond de neergeklapte laadbak, waar een norse man verkocht wat bleken te zijn brokken reuzen paaseieren van chocola in zilverpapier, zoals ze daar met Pasen in elke winkel en stati­onsrestauratie liggen. Maar nu als afgeprijsde breuk. In een mum was de wagen leegverkocht en weggereden, de vrouwen verdwenen en het plein weer verlaten.

 Een jaar later was ik op een minstens zo koude Pasquetta in Santo Stefano, iets verderop, aan de Belbo, het geboortedorp van Cesare Pavese, en bezocht zijn oude vriend, de instrumentbouwer en klarinettist die voorkomt in De maan en het vuur. Nuto speelde wat schorre noten. En vertelde van zijn vriend die zo nodig verliefd moest worden op een Amerikaanse actrice - Constance Dowling, die filmde in Italië - en hief de armen ten hemel. Hij schonk zijn eigen vino nero. Nooit heb ik meer beschonken - een duistere bergweg - terug naar Alba - gereden.

 ps. Er was niets aan te doen. Pavese, de man die schreef 'De dood zal komen en jouw ogen hebben' pleegde in 1950 zelfmoord op een hotelkamer in Turijn. In augustus.