Noem het een 'coming out'. Na lange jaren dat het tonen van doden op tv taboe was. In Zutphen gingen nog rond 1950 de gordijnen collectief dicht tot de laatste volgwagen van de lijkstoet de straat uit was. Uit eerbied? Uit angst voor de aanblik van de Dood?
Ook het omgekeerde was er, eeuwenlang. Wie koketteerde in de kunst niet graag met schedels? Altijd onder het mom van wat heette vanitas, ijdelheid. Gedenk te sterven. Of was het andersom, braai de boter eruit voor het te laat is? Rond de dood is alles dubbel.
Het Christendom werd groot door de verheerlijking van lijden en dood, zoals deze Maria Magdalena van Stevens laat zien. Ze poseert innig met de schedel van haar geliefde, de verlosser.
Al te menselijk. In de film Shaun the Sheep moet de schaapshond noodgedwongen optreden als mens, in zijn geval als chirurg. Hij vraagt zwetend eerst een zaag, krijgt dan pas een scalpel. Maar verlost wordt hij door het zien van een geraamte dat achter in de operatiekamer staat opgesteld. Onmiddellijk wordt de hond in hem wakker. Die ziet een aantrekkelijke stapel kluiven, waar hij gretig op afvliegt.
Het Christendom verzamelt al eeuwen botten en tongen van heiligen, zoals ik ze zag in het Catharijneconvent. Een mij onbegrijpelijke aandrift.