Rampschilderingen

 Zojuist Katmandu. De aardbeving. Dat is televisie. Gister­en zag ik in Den Haag rampen uit de serie World Stress Painting van Olphaert den Otter. Wat gebeurt er tussen de twee?

 Den Otter werkt met nieuwsbeelden, maar ontdoet ze van het strikt plaatsgebondene, het persoonlijke. Je ziet er geen mensen op, geen achtergelaten speelgoed. Bij hem wordt ramp een tijdloos verschijnsel: instor­tende gebouwen, steden die verzwolgen worden, laaiende vuurzeeën.

 Rampen vergezellen ons. 'Nooit meer oorlog' hoor je nog wel eens. Niet 'nooit meer rampen'. Ze kunnen elk moment toeslaan, waar dan ook. Ik groeide op tussen de puin­hopen van het gebombar­deerde Zutphen. Spannender speelterrein is er niet voor een kind.

 Het begrip ramp kwam in mijn leven in 1953 toen aan de Haagse Statenlaan op nummer 81 - om de hoek bij mijn grootouders - een kennelijk in haast geschilderd bord tegen de gevel werd getim­merd met het opschrift NATIONAAL RAMPENFONDS. Met daaronder het gironummer dat dagel­ijks op de radio werd omgeroepen na de slagzin 'Beurzen open, dijken dicht’.

 Met mijn ouders bezocht ik later het Zeeuwse rampgebied, waar ik logeerde in een boerderij waarvan de benedenverdieping tot bovenaan toe onder water had gestaan. Buiten strekte zich een boomloos maanlandschap uit van groen slik. Er stond een rij goederenwagons waar mosselen aan groeiden. Het gat van Ouwerkerk was gedicht, het water geweken. Zo zag dus de ramp eruit.

 Ook Olphaert den Otter schildert overstromingen, maar beelden die nu zeggen 'Midden-Oosten' overheersen. Hij kent de logica van ravage, hoe oudere bouw in steen het eerst verpulvert, hoe betonbouw instort. Wat rest. Je blijft resten van pilaren in wapening zien. Gaza, Aleppo.

 Het erge heeft zijn eigen schoonheid. Daar gaat het Olphaert den Otter in deze serie kennelijk om. Hij schildert geen mensen, waardoor auto's en huizen slachtoffers worden. Mensen zijn bij hem huizen, auto's.

 Te zien bij Maurits van der Laar in de Haagse Herderstraat.