Monster

 Komende vrijdag verschijnt het nieuwe nummer van het Tijdschrift Terras met als thema 'Door de nacht'. Het vorige ging over 'Nieuw land' en opende voor mij onver­wachte doorgangen naar wat sinds de tv-serie heet 'De glazen stad'. Architectuur docente Klaske Havik verzamelde foto's 'Made in Monster'.

 Ik ken het daar, groeide op voorbij Loos­duinen, aan de rand van dat gebied van eindeloze spiegelingen, tuinderssloten en platte schuiten. Mijn tantes Dien en Bella woonden in Hon­selersdijk, naast de ve­iling waar schuiten in- en uitvoeren onder de klok door waar het signaal kwam dat toma­ten konden worden door­gedraaid. 's Avonds ging het licht aan in de kas­sen.

 De bus van de WSM, de Westlandse Stoomtram Maatschappij stopte op de hoek.

 Klaske Havik: 'Hier breekt het licht anders, hier zijn de nachten paars en nooit meer donker, hier verliest men elk gevoel van schaal.'

 En nog iets onwaarschijnlijks: het trosje druiven uit de kas van de buurman. Een stap in de kas en je bent in Indië, zei tante. Haar huis in de woorden van Klaske: 'Een bakstenen woonhuis als vreemde herin­nering aan een h­uiselijker wereld staat langs de weg, rondom geen tuin maar glas.'

 Zo onwaarschijnlijk als de omgeving was, zo nors en kortaf de bewoners. Uitwedstrijden tegen de tuindersjongens in Monster kon je beter verliezen. Hun vaders stonden dreigend langs de kant bij een zee van brommers. Op zondag zag ik ze in de jeugdkerk in de Haagse buitenwijk Bohemen waar ze meer ronkten dan zongen. Na afloop raasden ze terug naar hun Glazen stad.