Als je kunst ophangt of neerzet in een oude garage helpt dat meteen. Een oprit, wat pijpen, buizen en kranen, brandslangen. Met pretentie beladen witte systeemwanden helpen niet. Uitzicht op een stadion of een bouwplaats wel. Zo averechts als de Kunstrai werkt, zo opluchtend is de Artfair in de oude Citroëngarage.
Ik vond er Itamar Gilboa uit Tel Aviv die de Rietveld deed en zo verstomd stond over de Nederlandse eetgewoonten dat hij besloot een jaar lang in een eetdagboek bij te houden wat hij at en dat ook stuk voor stuk in 'crystacast', een soort gips, na te maken.
Zijn voedseljaar stelt hij nu heel passend tentoon in een soort eenpersoons supermarkt. Een uitstalling van duizenden witte objecten, waar bij twee galeriedames, gekleed als winkelbediende, geen putsen mayonaise toevoegen, maar uitleg. Wel kun je een gipsen kroket - niet goedkoop, wel houdbaar - bij ze kopen, een hotdog of een bosje artisjokken en zelfs een bakje eieren, 't is bijna Schoonhoven. Alles is te koop
Gek, maar het water liep me in de mond.
Ik vroeg Gilboa naar zijn waarom. Hij zei iets over bewustworden. En dat vond ik jammer. Want als iets voor zichzelf sprak, dacht ik, was het wel deze supermarkt. Met gipsen mondvoorraad voor een persoon gedurende een jaar.
Goed te weten dat hij ook een opleiding volgde om zo'n zaak te leiden. Ik vroeg hem nog of hij ooit erg dik was geweest, maar nee. Hij zag er heel gewoon uit. Er moet toch iets met het Nederlandse eten zijn dat niet zo gewoon is.
Eetkunst, maar dan andersom. In een tijd waarin alle kunst, in musea, op literaire congressen en festivals onvermijdelijk eindigt in eten. Misschien bedoelt Itamar dat met zijn 'voedselketen'.