Kermis poëzie

 Rozen zo rood, rozen bij rozijnen

 De kermis van mijn leven, in Eerbeek op de Veluwe. Op de wei waar gewoonlijk de stier stond, die maar zelden op een koe gehes­en werd. Er stonden palen waaraan in de hoogte luidsprekers hingen, die de hele dag schlagers schalden. Niet dat ik deze woorden toen kende. Eentje keerde steeds terug, onweerstaanbaar, zodat ik hem nu nog weet:

 Rozen zo rood, rozen bij rozijnen..

 Veel later ontdekte ik dat het 'rozen bij dozijnen' was geweest. En pas nu vond ik de volledige tekst van Max van Praag. Een dwaze collage van zinnetjes uit de lief­desliedjes van die tijd, waarmee hij elke dag in ernst optrad. Het werd Dada-poëzie. Zou iemand dat ooit gemerkt hebben?

 Rozen zo rood, rozen bij dozijnen

Talken van liefde, la flibe l'amour

Always en eeuwig, altijd

En toujour

 

 Er was eens een meisje van negentien jaar

Ze hield van de liefde en deed nogal

Aardig wanneer ze een man zag op straat

En voegde bij woorden direct maar

Gedachten, in perken van eer en fatsoen

Ze bloosde bedeesd bij een zalige

Ruiker van rozen, uit eeuwige trouw

Na het zeer tijd'lijke: ik hou van

 

 Rozen zo rood, rozen bij dozijnen

Talken van liefde, la flibe l'amour

Always en eeuwig, altijd

En toujour

 

 Ons meisje ging toen met een heer naar een bal

Ze dronk veel champagne en liep in de

Regen naar huis in een wilde galop

En kwam van de regen alras in de

Kerk, waar zij huwde met veel pracht en praal

Maar zie, na een wijle ging hij aan de

Slag en met drank zocht hij elders z'n troost

Triest bleef zij achter, alleen met haar

 

 Rozen zo rood, rozen bij dozijnen (etc.)