J.M.Coetzee groeide op in Worcester, Zuid-Afrika, in een buitenwijk in de Kaapprovincie. Zoals ik opgroeide in een buitenwijk aan de stadsrand van Den Haag. We delen meer: een stofzuiger.
In Boyhood, a memoir (1997) beschrijft Coetzee zijn verbazing over de afbeelding op de stofzuiger van zijn moeder: een springende kabouter. Zijn moeder zuigt elke dag.
'Het stof opzuigend in de gierende buik waarop een lachende rode kabouter springt als over een horde. Een kabouter: waarom?'
En ik wist het antwoord. Die kabouter, die stofzuiger, kende ik. Coetzee was de naam vergeten, ik niet: het was de Kobold van de Duitse firma Vorwerk.
Ik kwam uit school en trof mijn moeder uitzonderingsgewijs in tranen. Ze huilde nooit. Mijn vader stond verderop en sprak haar bestraffend toe. In woorden als: 'Je hebt je weer eens iets laten aansmeren! Een stofzuiger kopen van een man aan de deur, zonder mij daarin te kennen, hoe haal je het in je hoofd. Je bent daar helemaal niet toe gerechtigd.' Mijn ouders lieten nooit iets blijken van onenigheid. Dit was de eerste en enige keer. Mijn vader wijdde uit over iets als tekenbevoegdheid. Ik begreep dat alleen het hoofd van het gezin, hij dus, tot zo'n grote aankoop gerechtigd was. Verkoop aan de deur was bij voorbaat verdacht. Ons soort mensen kocht nooit iets aan de deur.
Hij schreef een brief in het Duits aan de firma Vorwerk, maar kreeg bericht terug dat de koop niet ongedaan gemaakt kon worden.
De Kobold bleek een uitstekende stuifzuiger. Nog jaren sprong de kabouter. Er werd alleen gestofzuigd als mijn vader van huis was.