De 'drempelervaring' heet het. In landschappen of verhalen. Al vlug ben je dan bij onthechting door angst, drank of wat ook, waarna het onvermoede binnenkomt en een verhaal begint.
Het wad, zoals te zien op de tentoonstelling Wind, water, wad' toont drempelervaringen bij de vleet. Dat is kennelijk wat mensen er zoeken.
In de literatuur is het wad schaars. Wonderlijk toevallig begon ik net te lezen in de roman Vogelweide van Uwe Timm, een favoriet, die me meteen met zijn eenzame hoofdfiguur Eschenbach meeneemt naar een Duits waddenelandje waar hij als vogelwachter dient. Heel alleen. Eens in de maand, bij eb komt en boer met paard en wagen hem bij laag water bevoorraden. Een gsm heeft hij wel:
'Het eiland verplaatste zich langzaam naar het Oosten, Drie, vier meter per jaar, al naar de kracht van de winterstormen en de stormvloeden. Hier, waar hij nu stond, was veertig jaar geleden alleen water en wad.'
En dan wat hij langs de waterlijn aantreft, dat hoort ook bij zijn onderzoek: 'een blikje spray, een glazen buisje met tabletten, een blauwe sportschoen merk Adidas, een blik blauwe bootlak - hij mat de restinhoud, 0,5 liter - en een bakje chocolademousse.'
Dan wordt hij gebeld, wat bijna nooit gebeurt. Het is zijn ex, die hem zes jaar terug zei dat ze hem nooit meer wilde zien. Ze kondigt haar komst aan. Dat krijg je, op het wad.