Op 19 september is er weer een voorstelling van de Vorlesebühne in de Houtzaagmolen In Utrecht. Kort, vreemd proza en muziek. Op het thema 'Sorry, maar u plakt.' Ik doe mee.
Het gaat in de molen om kleven en het loslaten. In alle, zeer emotioneel geladen betekenissen. Zoals in de liedjes van blijf bij me en laat me los. De nabijheid, de voelbare nabijheid, de aantrekkingskracht. Die als vanzelf moet leiden tot de kus. En het nooit meer loslaten.
Ik groeide op met loslaten. Kleven was een zeldzaamheid. Over kleven en kleefstoffen werd vol ontzag gesproken. Lijm was duur. Alles liet los.
In den beginne was er - kort na de oorlog - voor heel de schoolklas een grote glazen pot met een kwast en half doorschijnend spul. Ik denk vislijm. Daarmee moest je plaatjes in schriften plakken. Het kleefde nauwelijks. Hoe lang je ook aandrukte of onder dikke boeken legde, hoe lang je ook liet drogen alles liet los.
Daarna kwam Gluton, een uitvinding van Talens. Het kwastje stak door een gat in een plastic deksel. En waarachtig, wat je plakte bleef zitten. Talens, Gimborn, dat waren de namen. Wat kleefde kwam uit Apeldoorn en Zevenaar, de plaksteden van Nederland. Net als de verf en de schoolinkt.
Toch, ook Gluton - een product op waterbasis - liet op den duur los. Ook de Arabische gom uit het flesje met het rubberen tuitje bleef behelpen. Dit duurde tot het wondermiddel, de plasticlijm Velpon werd geïntroduceerd.
Hoe dit eindigt weten we: secondelijm.
En nooit meer los.