Niets dat er eens was verdwijnt geheel en al, mensen niet, dingen niet. Soms vind je zelfs resten. Den Haag lijkt een stad van verdwijningen. Maar het stationnetje van de stoomtram naast het Vredespaleis staat er nog.
Gebouwd in 1886, het bouwmateriaal voor het Vredespaleis werd ermee aangevoerd. Hier eindigde tot 1915 een zijtak van wat nu lijn 11 is, maar toen de stoomtram van Hollands Spoor naar Scheveningen.
Ik lijd aan de ziekte van 'hier was eens'.
Vaak liep ik langs het stationnetje, nu een Soefi tempel. Maar gisteren op monumentendag mocht ik er in en werd ik rondgeleid.
Aan de voorkant, waar je de wachtkamer binnenkwam zit in de zijmuur nog het loket waar je in 1886 je kaartje kocht. Nu is het de voormalige woonkamer van het Soefi-echtpaar Van Tuyll van Serooskerken, waar eens de Indiase mysticus Hazrat Inayat Khan zijn voordrachten hield. Aan de achterkant, waar de sporen uitkwamen werd de Soefitempel gebouwd.
Een erg Haagse geest waait hier. En dan te weten dat het tracé van de aftak vanaf de Conradkade voerde achter het Gymnasium Haganum en het verdwenen Metropole Tuschinsky langs. De bioscoop met het hoge atelier erachter waar ik in vrije schooluren schilders reuzendoeken voor filmreclames zag maken: Ben Hur.
De stoomtram reed verder, achter Museum Mesdag langs, naar hier. Ik sta in een Soefitempel en ruik stoomtram. Zover Den Haag.