Haas

 De flauwe hoek in de Oosterscheldedijk is er nog, voorbij de Kettingshoeve, eind Kettingdijk. Op Tholen, waar ik 's zomers logeerde bij Oom Kees, boer en dijkgraaf. Later, tussen Sinterklaas en Kerst werd een uitzonder­lijk postpakket bezorgd. Er staken harige poten uit. Een bloederig stuk pakpa­pier zat er slordig met een touw omheen, waarop in hane­po­ten het nauwelijks leesbare adres.

 'De haas is er.'

 Deze haas was een Zeeuwse haas. Afzender bekend: oom Kees, die 's winters de tijd doodde met 'hazen achter de kool vandaan schieten'. Hij schoot er veel, met hagel en verstuurde ze lukraak naar familieleden.

 Mijn moeder kon niet tegen dooie beesten. Maar mijn vader stond erop hem per­soonlijk, thuis te villen. De keuken werd een dampend, b­loederig infer­no. Zeeland, het stamland, was hem heilig.

 En dus stond er Eerste kerstdag haas op tafel en Tweede Kerst­dag ('kijk hoeveel vlees er nog van af komt, zo'n haas is zeker goed voor twee dagen') hazepeper en haasra­gout.

 De hagelkorrels van oom Kees hebben ook de tandarts nog werk bezorgd.

 Een snikhete zondag was het. Pootjebaaien op een laagwaterstrandje vol krabben, onderaan de dijk. Met zicht op het water waarin Reimerswaal, eens de derde stad van Zeeland, rond 1560 verdween. De Kettingshoeve heeft Reimerswaal zien vergaan. Er kwam nog wel eens een mensenbot boven, van het kerkhof. Wat rest is een Veerweg, niet meer naar een veer.

 Ps. Meer Zeeland in de nieuwe, zeer preciese, Atlas van de watersnood van 1953 van Koos Hage. Net uit bij Thoth. Oom Kees bleef gespaard.