De uitersten van Ernst Ludwig Kirchner

 In het Singer de tentoonstelling van Ernst Ludwig Kirchner. De Duitse expressionist (1880-1938). Die uitdrukking geeft aan zijn gewaarwor­dingen in Berlijn, kort na 1900, en daarna vanuit een afgelegen dorp achter Davos. Uitersten. Dat is het woord voor Kirchner, die psychisch ziek uit de Eerste Wereldoorlog terugkwam. Die een vrouwengek was. En zich tenslotte in 1938 voor zijn kop schoot.

 Omdat hij na Hitlers machtsovername een entartete kunstenaar was geworden ontvluchtte hij de stad. Zijn vriendin en model Erna Schilling - zelf ook depressief - bleef bij hem op de berg. Soms denk je dat er iets bestaat als Alpenwaanzin.

 Hij moet manisch‑depressief geweest zijn, organiseerde ook boerendansfeesten thuis, haalde naaktdanseressen de berg op, die dansten op de alpenweiden, naar de natuurvriendenmode van zijn tijd, maar dan nog streepjes verder. Kon het toch goed vinden met de boeren rondom. Ik dacht bij de foto's soms aan CCC Inc. in hun boerderij in de Peel die ook voor de buurt optraden.

 Behalve in zijn houtsneden probeerde Kirchner ook in zijn kleuren de uitersten van de Alpen te vangen. Want wie kan er de Alpen schilderen? Hodler? Caspar David Friedrich? Kirchner zoekt de randjes. Zet het scherpe licht over de bergkammen liefst neer in geel tegen paars.

 Picasso werd na 1905 zijn voorbeeld, te zien in hoe hij gestalten tekent en versmelt. Lijnen en vormen waar wij ze eerst niet zagen, verrassend, keer op keer.

 Veel komt uit het Kirchner-museum in Davos.

 Een ware explorateur, Kirchner. Je probeert hem te volgen, hij is je telkens weer te slim af.

Tags: