Cate Blanchett als lesbienne in de jaren '50 levert ondanks de puntgave aankleding en decors het oerbeeld op van de verklede filmster. Marilyn Monroe met een bril op is nog geen secretaresse.
Het is ook onbegonnen werk de geheimtaal van de zwarte jaren op te moeten roepen. Het gefluisterde 'van de verkeerde kant' en 'zouden ook vrouwen?' Gevolgd door het tikje tegen de rug van hand. Nee. We zijn te ver verwijderd geraakt van de wereld van het zwijgen en kijken, het onuitgesproken jeweetwel.
Een lesbische verliefdheid is onmogelijk, onzegbaar. En zal bestraft worden. Beide vrouwen weten dat. Daardoor bekijken ze elkaar met ogen die wij niet meer kennen. En bekijken de mannen ze met blikken vol onbegrip en walging. Is het echt zo? Ja, onvoorstelbaar, twee vrouwen.
Als een privédetective de meisjes op hun hotelkamer afluistert is het voorbij. Juristen zullen Carol haar kind afnemen.
Het best gelukt is het vertraagde universum waarin je verplaatst wordt. In een wereld zonder schermen en mobieltjes vallen de nu verdwenen tussenruimtes op. Alles langzaam, van stoelen aanschuiven tot de telefoon aannemen.
Maar de karakters missen de angst en geremdheid die er was. Had een van de twee maar een Anna Blaman-bril gedragen. Nu blijf je zitten met een stijloefening. En de over de rand gestifte lippen van Blanchett. Grote monden waren nog lelijk toen..
Zo perfect vielen rokken in die tijd nog niet. Andere stoffen. Ik zie de vrouwen van toen nog gaan. Met hun hoedjes, andere.
De wereld van 1952 is onvoorstelbaar geworden. Het lichaam van Carol is een sportief vrouwenlijf van nu. Dat van Therese ook.