Our little sister

 Bij de vier zusjes van Hirokazu Kore‑eda viel ik een paar keer in slaap en dat was geen bezwaar. De film ging in m'n slaap gewoon door, nam andere, gelijksoortige wendingen. De vier meisjes aten en dronken op de berg boven het havenstadje alsof het altijd zou duren. Dat is ook precies wat de jongste, het halfzusje Suzu zegt.

 Er gebeurt niks en dat is de bedoeling. Een heel uitgekiend niks. Kleine treintjes stoppen bij pittoreske stationnetjes.

 Met halfzusje Suzu adopteren de andere drie zusjes hun vreemde, gestorven vader. En hun bestaan.

 Zou de Japanse geest een speciaal talent hebben voor eeuwigheid? Juist omdat er elk moment een aardbeving kan komen? In Japanse kunst is verandering schaars. Het zijn op de houtsneden steeds de zelfde bergen, parasols en bamboe bruggen.

 Het raadsel, de godheid achter dit alles is de gestorven vader. Een grillige godheid die ze ook met schreeuwen over het dal tarten. Zeker, hij was onbetrouwbaar zoals het godheden betaamt, ging vreemd, was dan weer lief, er zijn verhalen. En koken, kon hij ook. Zijn witvis heeft hem overleefd.

 Kore‑eda ken ik van het meesterwerk After life. Ook nu is het sterven er. De oudste dochter bekwaamt zich in de terminale zorg. Ik droom zijn idylle mee en denk dit zijn de beelden die Kore‑eda zelf wil meenemen naar gene zijde.