Praten

 We zijn in Teheran. En wat doen de mensen in Teheran? Ze praten. Honderduit. Op hoge toon. Voelen zich tekort gedaan, beklagen zich, geven anderen de schuld van wat er misliep. Dat vooral.

 De film Tales van Rakhshan Banietemad laat ze praten. In gesprekken, die vrij bleven van censuur omdat het aaneen gekitte korte films zijn.

 De praatbehoefte van de Iraniërs blijkt tomeloos. Of ze nu filmmaker zijn, arbeider of huisvrouw er zit ze iets hoog en dat moet eruit.

 Als de arbeider een brief vindt van de ex van zijn vrouw en zich in tomeloze opwinding stort blijkt het echte probleem dat hij niet kan lezen. Analfabetisme en paranoia gaan hand in hand. De beschuldigde vrouw kan het niet uitleggen. Tot haar zoontje de brief regel na regel voorleest. Het is een liefdesbrief maar wel van iemand die erg ver weg is en ten dode opgeschreven.

 Al dat gekrakeel was voor niks zoals het meeste in 'Tales'. Tot het weer opnieuw begint. Iedereen voelt zich op zijn beurt tekort gedaan. Op een overheidsbureau wordt een analfabete bij het invullen van formulieren geholpen. Gevolg: eindeloze omhaal van woorden.

 Je gaat denken dat praten de grootste behoefte is van het Iraanse volk. Net als hier in onze mobieltjescultuur, maar volhardender en luider. Een erg omslachtige manier van niet alleen zijn. Maar dat is vrees ik juist de bedoeling.