Tenen

 Op 20 februari doet de Vorlesebühne in de Utrechtse Molen 'Ze mogen in mijn tenen..'. Ik ben dezer dagen een en al teen.

 Tenen gaan naamloos door het leven. We hebben geen ringteen, wijsteen of middelteen. Alleen de Grote en Kleine worden onderscheiden, wat daartussen zit wordt niet benoemd. Zoiets als duim of pink kent men daar niet.

 Het heeft lang geduurd voor ik mijn tenen beter leerde kennen. Er waren nabijere lichaamsdelen die aandacht vroegen.

 De tenen kregen hooguit aandacht als ik ze stootte of wanneer iemand er op ging staan. De pijn was dan zo hevig dat ik een en al teen werd. Tenen bleken meer dan andere lichaamsdelen ofwel ongevoelig of juist extreem gevoelig.

 Later ontdekte ik hoe dat kwam. Het wordt uitgelegd in het mannetje van de neuroloog Ramachandran. De zenuwuiteinden van de tenen liggen in ons brein vlak naast die van de geslachtsdelen. Waarom de extremen elkaar daar raken is onbekend.

 Wel begrijp ik nu beter waarom Mohammedanen in de Moskee hun schoenen uitdoen. En ook Japanners en Chinezen thuis ongeschoeid leven. Je kunt ze niet erger beledigen dan dat vergeten. De gevoeligheid van de voet is daar de gevoeligheid van heel de mens. En zo kom ik in de Molen onder meer te spreken over de onderscheidene lichaamsgeuren, van oksel tot haargrens, de typisch Westerse riekende voeten en de uitvinding van de 'geurvreters'.