In het compostcirculatieplan van Anton Valens ontpopt de hoofdfiguur zich als tuinder. Onwillekeurig denk je aan de tuin van Voltaire, en zoals dat bij Anton Valens gaat wordt het verhaal overwoekerd met wildgroei van allerlei soort.
En zo wordt het verslag van de aanleg van een moestuin tegelijk een roman over verlies, dood en leven. Je denkt soms aan de Schotse jaren van George Orwell.
In het compostcirculatieplan maak je zo kennis met Jens de Jong, de gestorven 'literaire butler' van schrijver Peter Vervest. En met de zieke vriendin van Vervest.
Terwijl Peter twee kuub aarde in Jens' volkstuin verplaatst, bollen plant, beschoeiingen aanlegt en de woelrat bestrijdt, herinnert hij zich hoe Jens schrapte en snoeide in zijn tekst. Tuinieren is een hard bedrijf.
'Een mentale scheerpartij zonder scheerzeep'.
Ze worden vrienden. En de tuin is wat ze bindt. En binnen de tuin vooral de behandeling van compost. Waarover je heel verschillende opvattingen kunt hebben.