Zoute wind, zand tussen je kiezen, maar dichter bij het Haagse kom ik met de buurvrouw. Die in Den Haag geboren was maar heel haar leven niet de zee had gezien, terwijl we daar toch vlakbij woonden. 'Ik heb daar niks te zoeken'.
Ze treedt op in Muzenstraat en andere Haagse verhalen. Met meer korte, verstijfde regels zoals die van mijn grootmoeder: 'Het is de moeite niet meer.'
Kortaffe zinnetjes waarmee heel een bestaan werd afgedaan. Een meisje werd neergezet als: 'Ook niet moeders mooiste.'
Zinnetjes die een leven lang werden meegedragen.
'Waar doen ze het van?'
Er zit een peilloze berusting in. Een groot nu eenmaal.
En het is niet om te lachen. De enige troost kwam soms van 'Zo goed als nieuw.'
Ik blijk ermee vergroeid te zijn.
Vluchten hielp niet. Het eerste niet-Haagse dat ik in Amsterdam onderging was een melkboer die een volle baard droeg en grapjes maakte. Het beviel me meteen al niet.
Morgen rijdt een Haagse tram naar zee. Met Hagenaars en een Haags boekje. In de tekeningen van Marcel van Eeden en de verhalen rijden Haagse trams rond.
Vormgeefster Els Kort heeft de tien verhalen grafisch een route laten afleggen als ooit de interlokale tram naar Delft.