Zwaaien

 Soms is een enkel beeld genoeg. Sinds ik 'Schaduwgrens' las, het gedicht van Hans van de Waarsenburg, zal ik geen sluierstaartige vis in een aquarium voorbij zien zwemmen zonder te denken 'Ze zwaait naar me'. Want 't is een vrouw, vast. Ze heeft zich erop gekleed. En zie, ze komt weerom, en zwaait opnieuw:

 'Heuvels die glooien zie ik en soms zwemmen er

Vissen doorheen. Mooie vissen die naar me zwaaien.

 

Sluiers van gordijnen als het raam openstaat en de

Wind naar binnen waait. En hemels de geur van verre

 

Egyptische tabak, verpakt in platte sigaretten. Mijn lief,

Ik wil niets meer dan dit uitzicht vol mooie, naar mij

 

Zwaaiende vissen. De sluier van je haren en heuvels

Die glooien. Een ode aan alles wat langzaam verdwijnt.'

 

Van de Waarsenburg (1943-2015) stierf vorig jaar en kon nog een bundel samen­stellen uit wat hij wilde nalaten: 'Een rijbroek uit Canada'.